Een onvolledige dagvaarding

Toegevoegd op 23 mrt 2012 | Toegevoegd in  Civiel recht, Consumentenrecht, Procesrecht |

Consequenties niet naleven formaliteiten bij de inleidende dagvaarding

Het komt steeds vaker voor dat grote procespartijen – veelal een zogenaamde repeat player – steken laten vallen bij de inleidende dagvaarding. Elke dagvaarding die wordt uitgebracht dient te voldoen aan bepaalde inhoudelijke eisen, belangrijk zijn de substantieringsplicht alsook de plicht om het bewijs te duiden.

Beiden komen erop neer dat de bekende verweren van de gedaagde moeten zijn opgenomen in de dagvaarding, alsook dat de bewijsmogelijkheden goed moeten zijn aangegeven en belangrijke stukken zo mogelijk moeten worden overgelegd. De bedoeling hierachter is dat de rechter zich zo goed mogelijk een oordeel kan vormen over de zaak en dus op grond van alle feiten en omstandigheden vonnis kan wijzen.

In de regel wordt hier in de praktijk helaas soepel mee omgegaan, maar er is een tendens waarneembaar waarbij rechters geneigd zijn om aan de niet-nakoming van deze verplichtingen meer consequenties te verbinden.

De rechtbank Zutphen oordeelde onlangs dat het ontbreken van een onderbouwing en belangrijke stukken gevolgen diende te hebben voor de hoogte van de proceskosten. De eisende partij had pas in de tweede schriftelijke ontbrekende stukken overgelegd, zodat de gedaagde partij zich pas laat in de procedure adequaat kon verdedigen. Weliswaar werd de vordering toegewezen, maar de proceskosten bleven voor rekening van de eisende partij.

De kantonrechter te Maastricht gaat nog een stapje verder dan die te Zuthphen in een procedure waarbij een van onze juristen gedaagde bijstond. Ziggo had cliënt gedagvaard wegens een vermeende betalingsachterstand. De dagvaarding was echter op meerdere punten onvolledig. Zo ontbrak in het geheel een bewijsaanbod, wenste men van een comparitie af te zien en werden ook hier geen onderbouwende stukken bijgevoegd. Hier werd door de jurist goed op gehamerd, met het verzoek de vordering reeds na conclusie van antwoord af te wijzen en geen verdere schriftelijke rondes meer toe te staan. De kantonrechter oordeelde conform dit verzoek, Ziggo werd niet meer tot bewijslevering toegelaten alsook werd haar de voortzetting van het schriftelijke debat ontzegd. De vordering van Ziggo is vervolgens afgewezen waarbij Ziggo is veroordeeld in de kosten van de procedure.

Alhoewel niet altijd even streng, is deze vorm van het ‘straffen’ van de eisende partij voor (ernstige) gebreken in het inleidende stuk geen slechte oplossing. Mijns inziens mag de kantonrechtspraak op dit punt best hard zijn, de minimumeisen waaraan een exploot van dagvaarding dient te voldoen zijn er niet voor niets. Dat nadien in de procedure alsnog aanvullende stukken kunnen worden ingebracht maakt niet anders dat de gedaagde partij daarmee wel een procesronde wordt ontzegd. Ferm optreden tegen dit nalaten, zeker bij partijen die als repeat-players kunnen worden aangemerkt, lijkt mij dan ook gewenst.

Eveneens gedagvaard?

Indien u bent gedagvaard en u twijfelt aan de juistheid van de vordering, neem dan contact met ons op. Tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden staan wij u bij, vraag dan ook naar een offerte.