Verhoging griffierecht belet kostenveroordeling?

Toegevoegd op 15 mrt 2012 | Toegevoegd in  Civiel recht, Huurrecht, Procesrecht |

Hoog griffierecht als poortwachter voor een kostenveroordeling?

Helaas is het soms noodzakelijk om te procederen om een onbetaalde vordering te innen. Daarbij wordt een afweging gemaakt ten aanzien van de kosten, mede omdat de volledige advocaat- en proceskosten – uitzonderingen daargelaten – nooit volledig in een procedure worden vergoed (dat dit anders zou zijn is een veel voorkomend misverstand).

De kosten voor het aanbrengen van een procedure bij de rechter zijn onlangs sterk gestegen, zo betaalt een bedrijf voor een vordering boven de € 500,- alleen al € 437,- aan griffierecht. Een goede afweging is dan ook belangrijk, temeer omdat ook de mogelijkheid bestaat op grond van feiten en/of omstandigheden dat de kantonrechter de proceskosten compenseert en de eisende partij deze kosten niet vergoed krijgt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de eisende partij deels ongelijk heeft gekregen.

De kantonrechter te Brielle

De kantonrechter te Brielle ging echter onlangs nog een stap verder, door de gedaagde die huurpenningen verschuldigd was geheel in het ongelijk te stellen – hij moest dus betalen – maar een veroordeling in de proceskosten achterwege te laten. De persoonlijke omstandigheden van gedaagde speelden bij dit oordeel zo schijnt het een belangrijke rol. Gedaagde had een beroerte gehad en een terugval in inkomsten. De woningstichting had desondanks al twee betalingsregelingen getroffen die niet werden nagekomen, en uiteindelijk volgde dan toch een dagvaarding voor een huurachterstand van minder dan een maand. De kantonrechter meende echter dat geen rekening werd gehouden met het tempo van afbetalen dat redelijkerwijs van gedaagde onder deze omstandigheden kon worden verwacht.

De kantonrechter vond dan ook dat de eisende partij te snel had gedagvaard alsook dat de verhouding tussen de openstaande huurpenningen en de proceskosten zoek was. Het vonnis is een goed voorbeeld hoe zeer persoonlijke omstandigheden soms van invloed kunnen zijn op een rechterlijk oordeel. Maar het vonnis gaat wel heel ver door de eisende partij te straffen voor de betalingsregelingen die zij voorafgaande aan de procedure is aangegaan en die nota bene door gedaagde niet werden nagekomen. Een betalingsregeling is immers een gunst, en kan geen verplichting zijn voor een partij die een terechte vordering heeft. Zelfs een terme de grâce, een kort uitstel van betaling, wordt niet altijd in een procedure toegewezen en is in de regel maar enkele weken.

Persoonlijke omstandigheden leidend

Dat in dit geval de kantonrechter meent dat de regeling niet genoeg kans is gegeven lijkt niet gebaseerd op het recht, maar vooral gestoeld op de onfortuinlijke situatie waarin de huurder op dat moment verkeerde. De zieligheidsfactor was dan ook kennelijk van doorslaggevend belang.

Kwalijker is het verband dat de kantonrechter legt tussen de hoogte van de vordering en de proceskosten. Dit brengt immers met zich mee dat elke vordering waarbij het gevorderde bedrag en de proceskosten aan elkaar gewaagd zijn, men in beginsel zou moeten afzien van procederen. Deze overweging heeft geen grondslag in het recht en is objectief niet verteerbaar. Immers had de eisende partij een terechte vordering noch was er rauwelijks gedagvaard.

Een vreemde eend …

Vooralsnog is de uitspraak een vreemde eend in de bijt, die hopelijk geen navolging krijgt. Gezien het feit dat de uitspraak zeer casuïstisch is met een grote rol voor de persoonlijke omstandigheden van de huurder valt mijns inziens niet te verwachten dat deze uitspraak daadwerkelijk een trendsetter zal zijn.

Eveneens gedagvaard?

Indien u bent gedagvaard en u twijfelt aan de juistheid van de vordering, neem dan contact met ons op. Tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden staan wij u bij, vraag dan ook naar een offerte.